★ ........................................................................................... ☼

nieuwsilovenoord agendajouw agenda itemlifestylebars/cafe/restaurants
muzikabuurtcentrumsilovenoord shopgeschiedenis van amsterdam-noordarchief 2010-2015 
noordkroniekenvliegenbos/parken
de 5 van ilovenoord in je mail metrode pont

.........................................................................................................................................................................................................................................................................

ENTOS - ilovenoord

ENTOS

ENTOS

De ponten voeren af en aan en ‘s avonds om 10 uur waren al bijna 60.000 mensen (!) de toegangspoorten gepasseerd. Omdat men bang was dat niet iedereen meer terug naar de stadskant kon worden gebracht, besloot men om geen passagiers meer naar Noord te brengen. Alleen konden passagiers nog mee vanaf de overkant van het IJ naar de Ruijterkade.

Met alles wat maar varen kon wilde men toch naar Noord, zodat de havenpolitie handenvol werk had om de zaak onder controle te houden. Ook voor de steigers van Entosbootjes stonden lange rijen, doch die konden allen vervoerd worden. Door de enorme toestroom van het publiek werd het vuurwerk een half uur uitgesteld, omdat dan nog duizenden wachtenden alsnog konden profiteren. Ter ere van Jan werd nog het Belgische volkslied, de Brabançonne, gespeeld. De weers- omstandigheden waren perfect, zodat iedereen kon genieten van het fantastische vuurwerk. Vooral het slotstuk het zeegevecht en de zilveren waterval, gevolgd door de honderden vuurpijlen in allerlei vormen en kleuren zorgde voor veel oh’s en ah’s.

Na afloop was het nog bijzonder druk op het lunapark en in de etablissementen van ‘Oud-Amsterdam’. Velen hebben niet gewacht tot de sluitingstijd van één uur ‘snachts, maar het heeft nog wel vele uurtjes geduurd voordat iedereen weer aan de overkant was.

De steiger van het ENTOS-veer vanaf het Open Havenfront. Op de achter- grond het administratiegebouw van de HIJSM aan de Droogbak – Bron: Stadsarchief Amsterdam

Ook zondag hadden zich weer tienduizenden opgesteld op het terrein en langs de kades van het IJ, toen ‘smiddags tegen half vijf Jan Olieslagers begon aan zijn hoogterecord. Na het opstijgen vloog hij in grote kringen om zoveel mogelijk hoogte te maken. Om geen last te hebben van de turbulentie boven de stad vloog hij richting de Hembrug. Het kleine vliegtuigje was al gauw niet meer dan een kleine stip, mede door de lichte bewolking. Na een half uurtje was hij alweer terug. Tijdens het dalen maakte hij zijn welbekende acrobatische walsen op de maat van de muziek. Even na vijven landde hij achter de waterrutschbaan, toegejuicht door duizenden enthousiaste toeschouwers. Zijn verzegelde hoogtebarometer gaf 2100 meter aan. Hij had in zijn vlucht van veertig minuten zijn eigen record met 610 meter verbeterd. De hoogte-barometer werd naar het Meteorologisch Instituut in Den Bilt gestuurd om het hoogterecord erkend te krijgen.Het comité van de ENTOS was zo onder de indruk van de prestatie, dat hij voor het volgende weekend opnieuw werd uitgenodigd, wat door het aanwezige publiek zeer werd gewaardeerd.

Een week later zou weer worden gepoogd om het hoogterecord te verbeteren. De omstandigheden waren identiek aan die van het vorige week- end, dus weer met zeer veel publiek, alleen was het weer veel minder aangenaam. Eerst was overeengekomen dat Jan zich vandaag alleen zich zou bezig houden met het geven van acrobatische demonstraties op een geringe hoogte. Hij was zo gedreven, vooral gesteund door overweldigende belangstelling,dat hij toch een poging deed om zijn record te verbeteren. Na afloop bleek dat de hoogte niet vastgesteld kon worden, om- dat er niet genoeg inkt in de barometer bleek te zitten!Jan zou Jan niet zijn als hij het op zondag niet opnieuw zou proberen maar nu met de juiste hoeveelheid schrijfvloeistof. Alleen de weergoden waren hem ook zondag niet gunstig gezind. De lucht was asgrauw en om half twee barstte een hevig onweer los, met hevige regenbuien. Het zag ernaar uit dat de recordpoging zou worden afgelast, maar gelukkig knapte het weer snel op.

Rond 5 uur steeg hij op van het ENTOS-terrein, onder het gejuich van duizenden toeschouwers, terwijl ook nu weer een grote mensenmassa gespannen rond het IJ stond te wachten. Hij moest nu niet alleen de strijd aan met de hoogte maar ook met weerselementen. Omdat hij door de onstuimige wind boven de stad geen hoogte kon krijgen, week hij uit naar de Zuiderzee. Helaas verdween hij daardoor uit zicht van het publiek. De opluchting was groot toen hij weer boven het IJ verscheen, helemaal toen hij het toestelletje liet zigzaggen, als teken dat het record weer verbeterd was. Hij landde exact na 1 uur en 59 seconden op een beetwortelveld achter het lunapark. Toen bleek dat hij het hoogterecord op 2500 meter had gebracht.

Op het Damplein van ‘Oud-Amsterdam’ werd hij door het comité en duizenden toeschouwers bejubeld; kreeg zelfs een lauwerkrans omgehangen. Dit had hij vele malen eerder meegemaakt, want Jan was vroeger ook vaak kampioen geweest als wiel- en motorrenner. Hij zou als eerste mens harder dan 100 km/u hebben gereden op zijn motor.

Op het laatste weekend van de ENTOS nam Jan afscheid met demonstratievluchten. Doordat hij op geringe hoogte vloog, kon het publiek het schouwspel van dichtbij gadeslaan.

Wat cijfers over ENTOS
Tijdens het begin van de tentoonstelling viel de belangstelling tegen. Men weet dat aan de onbekendheid met het nieuwe land aan de andere kant van het IJ en aan het mindere goede weer. Vooral in de 4e week regende het voortdurend en moest er in de Tolhuistuin en het Lunapark nieuw grint worden gestort om in ieder geval de gasten droge voeten te laten houden. Tijdens de laatste weken waren de entreeprijzen naar beneden bijgesteld om toch zoveel mogelijk mensen naar de tentoonstelling te trekken. Uiteindelijk zijn meer dan 900.000 betalende bezoekers de toegangshekken gepasseerd, gemiddeld ruim 7500 bezoekers per dag.

Hiervan werden er 273.663 met de ENTOS-bootjes (10 cent retour) overgezet. Het totale aantal bezoekers zou rond de miljoen schommelen omdat grote groepen uitgenodigd waren zoals bewoners van bejaardentehuizen en leerlingen die een opleiding aan een instituut volgden als varend en niet varend personeel. Medewerkers van grote bedrijven met meer dan 100 werknemers, die gerelateerd waren aan de scheepvaart konden 50% korting krijgen, waar veel gebruik van werd gemaakt. De best bezochte dag was 13 juli, de dag waarop Julien Levasseur zijn vliegdemonstraties gaf. Logisch, de meesten hadden nog nooit een vliegtuig gezien. De ontvangsten die dag via de diverse loketten waren meer dan 10.000 gulden. Vooral in de maand september kregen de Amsterdammers de smaak te pakken om de ENTOS te bezoeken.

De vrijdagen werden het minst bezocht, de uitschieters waren vooral de zaterdag met het vuurwerk en de zondag. Voor het vuurwerk en illuminatie moest de penningmeester wel diep in zijn buidel tasten, want dit kostte hem 18.000 gulden. De vlieg- demonstraties van Levasseur en Olieslagers kostte 8.000 gulden, maar dat was geen enkel probleem, want die kosten werden gemakkelijk goed gemaakt door de entreegelden. Vooral deze evenementen zorgden voor het welslagen van de ENTOS. Afgezien van wat kleine ongelukjes was de tentoonstelling zeer veilig verlopen.

De entreegelden werden, in goed overleg, gedeeld met de firma Hugo Haase A.G., die het beheer had over ‘Oud-Amsterdam’ en het lunapark.

Een schilderij van Hobbe Smith: een dok van de ADM, waarschijnlijk het Wilhelminadok.  Bron Stadsarchief Amsterdam

Conclusie
Naast een prima financieel resultaat kreeg ENTOS ook lof toegezwaaid voor het meest indrukwekkende evenement rond de festiviteiten die in 1913 in heel Nederland hadden plaats gevonden. We waren immers honderd jaar bevrijd van het Franse juk. Het comité kon dus terugkijken op een zeer geslaagde tentoonstelling. Ook de gemeente Amsterdam had middels deze tentoonstelling ‘ het nieuwe land aan het overkant van het IJ’ onder de aandacht van de bevolking te kunnen brengen. Er was bijna een betere manier om de inwoners van de stad over het IJ te krijgen, vooral door middel van de gratis gemeenteponten.

Ook de leden van het Koninklijk Huis kwamen regelmatig naar de tentoonstelling. Na haar bezoek op 15 september 1913 was Koningin Wil- helmina zo onder de onderdruk, dat zij ‘het wenselijk achtte om iets blijvend van deze tentoonstelling te stichten’. Naar aanleiding hiervan werd een commissie opgericht bestaande uit enkele leden van het organisatiecomité, enkele leden van de Historische Afdeling en vooraan- staande heren op scheepvaartgebied. Het doel was de oprichting van een scheepvaartmuseum. In 1916 werd ‘de Vereeniging Nederlandsch Historisch Scheepvaart Museum’ opgericht. De eerste behuizing was gevestigd in de Lairessestraat hoek Cornelis Schuytstraat. Hier was één van de meest vooraanstaande maritieme collecties van de wereld. In mijn jeugd heb ik vele malen daar rondgedwaald om met open mond de meest prachtige bezienswaardigheden te bekijken. Vooral van de prachtige schilderijen, in het bijzonder die van Michiel de Ruyter en scheepsmodellen kon ik niet genoeg krijgen. In 1973 verhuisde het museum naar ‘s Lands Zeemagazijn op Kattenburg.

Het ENTOS-terrein
Na het sluiten van de tentoonstelling werden de paviljoens, op het IJ-paviljoen na, gesloopt. Er waren nog vier grote rechthoekige gebouwen, die tijdens de Eerste Wereldoorlog als kazernering voor de reservetroepen van de Stelling van Amsterdam dienden. Hier was het 1e bataljon van het 7e Regiment Infanterie gehuisvest. Er was grote ontevredenheid onder de militairen. Een onderzoekscommissie schrijft o.a. ‘De slaapgelegenheden zijn slecht, tochtig, onvoldoende en niet vrij van ongedierte. De ratten voelen zich er meer thuis dan de soldaten, waarvan er velen over de gelede koude zich beklaagden’. De barakken werden dan ook na de Eerste Wereldoorlog meteen afgebroken.

In 1914 bouwde de Bataafsche Petroleum Maatschappij (BPM) hier haar eerste laboratorium. In 1938 kocht het olieconcern, inmiddels Shell, in 1938 het gehele terrein, inclusief, de Tolhuistuin, de jachthaven van ‘HET IJ’ en het IJ-paviljoen. Het laatste werd tot 1978 als bedrijfskantine gebruikt. Vanaf dat moment was het gehele gebied voor de gewone burger verboden terrein. In 1971 werd op het Shell-terrein het ruim tachtig meter hoge kantoorgebouw Overhoeks gebouwd, ook wel de Shelltoren genoemd. In 2001 werd iets westelijker van de toren een nieuw technologisch centrum met kantoren gebouwd, waarvoor de oude laboratoria werden gesloopt. Het overige terrein werd verkocht aan de gemeente en werd het plan Overhoeks opgestart. Na de opening van het filmmuseum Eye in 2012 zal het project verder ontwikkeld worden.

Overhoek en museum het Eys, het gebied waar eens de ENTOS was gevestigd.