Urbaniahoeve, het klinkt alsof het ver buiten de ring ligt, tussen de koeien en met een sloot eromheen. In werkelijkheid ligt het middenin een huizenblok aan de Berberissstraat in Noord, achter een voormalige brandweerkazerne die sinds 2011 in gebruik is als broedplaats voor kunstenaars.

De Urbaniahoeve is het openlucht atelier van Debra en Renate, 1200 m2 eetbaar groen. Er staan fruitbomen, heel veel bessen, er is een kleine kas en een salamandervijver. Een druif kronkelt tegen de muur omhoog. “Het is een beetje wild hier, dat komt door de hitte, we hebben alles zoveel mogelijk met rust gelaten.” Bij een atelier stel ik me iets heel anders voor, een broedplaats is het zeker en ik houd wel van wild. “Toen we begonnen stonden hier nauwelijks planten, een paar pioniers De tegels van het voormalige parkeerterrein waren weggehaald en wij zijn vooral aan de bodem gaan werken. Veel houtsnippers, daarna kwam het blad van de bomen en struiken daarbij, nu, negen jaar later, heeft het de hitte doorstaan zonder extra water.” We springen op en neer en inderdaad voelt het alsof je op een rubber matje springt. Veerkrachtig. 

Debra ziet stadslandbouw en vooral voedselbossen vooral als een sociaal project. “Het gaat erom de mensen mee te krijgen, dat ze zich veilig kunnen voelen in eigen buurt omdat ze zelf hebben bedacht dat die bessen en blauwe bloemen daar moeten staan. Dat ze zich hechten aan het groen en ervan durven eten.” Wat dat betreft ziet ze ook wel wat uitdagingen om Amsterdam verder te vergroenen. “Een aantal bevlogen ambtenaren op allerlei nivo’s werken hard aan vergroening van de stad. Tegelijkertijd is er een oude garde bij de gemeente die blijft beheren als vanouds. Groenprojecten van bewoners worden pas ondersteund als ze binnen een bepaald stramien passen, er is zeer weinig ruimte voor experiment, en al helemaal niet op schaal. Je kunt plantgoed krijgen, wat grond – eigenlijk zijn dat minimale kosten. Het samenbrengen en betrekken van de bewoners en het beheer zijn minstens zo belangrijk en daar gaat het vaak mis. Daar is zelden budget voor en mensen die nu bij de gemeente het groenbeheer doen snappen meestal niet wat een voedselbos qua beheer nodig heeft.”

In het bos-atelier Urbaniahoeve heeft Debra daar geen last van. Het is wel af en toe open voor publiek, maar het is geen openbaar groen. Er zijn dus ook geen andere gebruikers en beheerders dan zijzelf en helpers uit de buurt. Bereikt ze met haar voedselbos tussen de huizen ook de buren? Debra:

“Gentrification begint als een brandweerkazerne een broedplaats voor kunstenaars wordt, helaas.”

Het kan wel “In Zuid-Oost zijn we nu bezig met een gigantisch project van 55 hectare, allemaal openbaar groen. Voedselbos Amsterdam Zuidoost, wordt het, dat doen Urbaniahoeve samen met de mensen daar – een praktijkgemeenschap.” Dat zou wat voor Noord zijn, denk ik meteen hardop. Lange linten eetbaar groen door het hele stadsdeel. Goed voor de biodiversiteit, het is merkbaar koeler dan tussen de stenen, houdt regenwater vast en geeft een heel andere voedselomgeving dan de snackbar op de hoek. “Sinds 2013 heeft Urbaniahoeve geprobeerd zo’n project als dat in Zuidoost in Noord van de grond te krijgen. We hadden veel mensen die mee wilden werken uit de van der Pekbuurt. Zij wilden stedelijk groen en ingesloten tuinen – openbare ruimte transformeren zoals wij dat nu doen in Zuidoost. Door allerlei ambtenaren zijn wij actief tegen gehouden, of van het kastje naar de muur gestuurd. Toen wij de opdracht kregen in Zuidoost hebben we het project in Noord laten vallen. Schandalig, eigenlijk. Wat nu in Zuidoost komt, had allang in Noord kunnen staan. Het eerste voorstel stamt uit 2013.

Debra groeide zelf op in Californie, waar het heel gewoon was om je eigen fruitbomen in de tuin te hebben en haar vader liet zijn kinderen met de hand het hele watersysteem op een heuvel aanpassen om landslides te voorkomen en het water beter te benutten.

“Stadsmensen hebben die kennis niet vanzelf. Iemand moet ze daarbij meenemen. Maar je hebt er beslist geen PhD voor nodig om een goed voedselbos in je buurt aan te leggen en te onderhouden.”

Een mens met een plantaardige natuur is een mens met een zorgende natuur, dat is misschien wel de sleutel naar méér wildernis in de stad. Plant wat zaadjes en je hecht je aan de bloemen die eruit groeien en de vlinders die je ermee lokt. Dat de druiven een beetje zuur zijn is minder erg als je de tros net van de plant hebt geplukt die je er ooit zelf hebt neergezet …